ClickCease

Kennisbank

Begrippenlijst

Wat is de Omgevingswet?

Door meerdere uitstelmomenten is de naderende Omgevingswet een ‘hot topic’ in de media. Zeker voor de tenderwereld en het omgevingsmanagement zal deze wet de nodige veranderingen met zich meebrengen. Met de doelstellingen sneller, eenvoudiger en meer ruimte voor initiatief is het een van de meest ingrijpende wetswijzigingen die het Nederlandse recht te wachten staat, maar wat gaat er nu concreet veranderen? Op het eerste gezicht lijkt het misschien een ‘overload’ aan regels en procedures, maar in dit overzichtsartikel zetten wij de belangrijkste aspecten en gevolgen van de Omgevingswet voor je uiteen.

De Omgevingswet: wat gaat er concreet gebeuren?

De Omgevingswet zal naar verluidt op 1 januari 2023 landelijk in werking treden. Met de invoering van de Omgevingswet zullen 26 bestaande wetten die toezien op de ruimtelijke ordening en fysieke leefomgeving worden geïntegreerd in 1 nieuwe wet, zullen er in plaats van 60 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) – oftewel uitwerkingen van de bepalingen in de wet – slechts nog 4 bestaan en zullen daarnaast 75 ministeriële regelingen worden gebundeld in 1 Omgevingsregeling. Er zal kortom een samenhangende regelgeving ontstaan, met behulp waarvan het in de toekomst onder andere makkelijker moet worden een ruimtelijk project te starten.

Maar wat is nu eigenlijk de fysieke leefomgeving waar de Omgevingswet op toeziet? Hoewel het begrip niet geheel duidelijk is afgebakend, volgen uit de wettekst echter wel enkele deelgebieden die onder de reikwijdte van dit begrip en daarmee onder de Omgevingswet zullen vallen, waaronder: natuur, ruimtelijke ordening, milieu, waterbeheer, bouwwerken, cultureel erfgoed en infrastructuur. Het is dan ook de bedoeling om de deelbelangen van de fysieke leefomgeving met behulp van de Omgevingswet beter op elkaar af te stemmen. Met de invoering van de Omgevingswet zal er veel veranderen voor gemeenten, provincies, waterschappen, rijkspartijen, het bedrijfsleven én uiteraard voor burgers.

Welke verbeterdoelen liggen ten grondslag aan de Omgevingswet?

De Omgevingswet kent vier verbeterdoelen, die aansluitend nader worden toegelicht:
· Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht.
· Het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving.
· Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving.
· Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

Inzichtelijke rechtsregels en een vergroting van het gebruiksgemak
De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke ontwikkeling en projecten in de fysieke leefomgeving. Zo zijn er meer algemene regels in de wet opgenomen, aangezien de huidige wirwar aan wetten, regels en procedures niet bepaald als overzichtelijk kan worden bestempeld. Door het omgevingsrecht op die manier inzichtelijker te maken, is het mogelijk om in te spelen op urgente ontwikkelingen in de samenleving en ruimte te bieden voor de beoordeling van complexere vraagstukken.

Ruimte voor regionale verschillen – flexibel omgevingsrecht met een integrale aanpak
Ten eerste nemen decentrale overheden meer taken van de (rijks)overheid over; in principe zullen veel besluiten worden genomen op gemeentelijk niveau. Dit stelt de gemeenten in staat om het beleid aan te passen naar gelang de behoeften, belangen en doelstellingen binnen die gemeenten, op het gebied van de aanvaardbare kwaliteit van de leefomgeving. Er is dus ruimte voor maatwerk per deelgebied.

Ten tweede is de Omgevingswet een product van de samenwerking tussen verscheidene bestuurslagen en sectoren die zich bezighouden met de fysieke leefomgeving. Een betere afstemming tussen de disciplines zorgt ervoor dat er snelle, adequate en transparante besluiten kunnen worden genomen. De focus ligt niet langer op wat er precies past in het bestemmingsplan, maar verschuift naar een oplossingsgerichte visie. De houding die hieraan ten grondslag ligt is in feite een verschuiving van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’, als het gaat om de beoordeling van initiatieven.

Kortere procedures en één centraal loket
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is een digitaal loket voor de fysieke leefomgeving dat het huidige Omgevingsloket online (OLO) zal vervangen. Dit betekent concreet: één digitaal loket voor zowel overheden als initiatiefnemers, voor de aanvraag van (omgevings)vergunningen, het doen van meldingen en het raadplegen van geldende regels of het geldende beleid per locatie. Dit digitale stelsel draagt bij aan een snellere besluitvorming en een transparante vergunningverlening, om zodoende inzichtelijk omgevingsrecht te realiseren.

Daarnaast zal er nog slechts één omgevingsvergunning bestaan, zodat het starten van een project in de toekomst eenvoudiger en vlotter verloopt. De beslistermijn voor de verlening van een aanvraag om een omgevingsvergunning is tevens ingekort: de procedure zal niet langer 26, maar 8 weken duren.

Meer ruimte voor initiatieven en participatie
Het samenvoegen van een veelvoud aan specifieke regels tot een meer algemene wet – in plaats van vergunningen met veel kleine details en uitzonderingen – biedt verscheidene mogelijkheden voor participatie en initiatief vanuit de samenleving. Het is daarnaast verplicht voor overheden om bij de vaststelling van omgevingsvisies, -plannen en
-programma’s te motiveren op welke manier belanghebbenden, burgers en bedrijven hierin zijn betrokken. Wanneer het beleid voldoende aansluit op hun behoeften, zal het draagvlak voor het beleid naar alle waarschijnlijkheid groeien.

Maatschappelijke doelen
• Daarnaast kent de Omgevingswet enige maatschappelijke doelen, zoals het leveren van een bijdrage aan een duurzame ontwikkeling en de bewoonbaarheid van het land, alsmede de bescherming en verbetering van het (leef)milieu. Er is gezocht naar een balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Om dit doel te bereiken geldt onder de Omgevingswet een algemene zorgplicht: overheden, bedrijven én burgers zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving.

De inhoud en indeling van de Omgevingswet

Zoals benoemd, zijn er 26 wetten die gezamenlijk de basis vormen voor de nieuwe Omgevingswet. Sommige wetten zullen volledig opgaan in de Omgevingswet en worden dan ook ingetrokken als zelfstandige wet – bijvoorbeeld de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarnaast bestaan wetten die voor een groot deel in de Omgevingswet worden opgenomen, zoals de Wet milieubeheer. De hoofdstukken van dergelijke in de Omgevingswet opgenomen wetten, komen als gevolg hiervan te vervallen.

De Omgevingswet bestaat uit 23 hoofdstukken, waarvan er vier zijn gereserveerd voor een zogenaamde Memorie van Toelichting. Hieronder volgt – met het oog op het aantal – geen uitgebreide beschrijving van alle hoofdstukken. Een greep uit de onderwerpen waarop enkele hoofdstukken van de Omgevingswet betrekking hebben, zijn:

• algemene bepalingen, zoals de zorgplicht en de uitleg van het begrip fysieke leefomgeving;
• algemene regels inzake activiteiten in de fysieke leefomgeving;
• de (land)inrichting van gebieden;
• financiële bepalingen, met daarin het voorbeeld van verhaal en kosten;
• de verschillende procedures, waaronder totstandkomingprocedures voor Natura 2000-gebieden, projectprocedures en milieueffectrapportages;
• de bestuurs- en strafrechtelijke handhaving en uitvoering van de Omgevingswet.

In aanvulling op de wettekst: 4 AMvB’s en 1 ministeriële regeling

In aanvulling op de wettekst van de Omgevingswet, bestaan 4 algemene maatregelen van bestuur – een verdere uitwerking van de inhoud van een wet – en 1 ministeriële regeling:

• Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): hierin zijn zowel algemene regels voor bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving opgenomen als de eventuele benodigde (omgevings)vergunning of melding voor deze activiteiten. Deze AMvB geldt voor iedere partij die actief is in de fysieke leefomgeving, zoals burgers, bedrijven en de overheid. Enkele activiteiten waar deze AMvB betrekking op heeft, zijn milieubelastende activiteiten en  activiteiten die natuur of werelderfgoed raken.
• Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): hierin zijn zowel regels over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken als regels over de staat, het gebruik en het slopen van een bouwwerk opgenomen.
• Omgevingsbesluit: hierin zijn regels opgenomen over het bevoegd gezag bij verschillende omgevingsvergunningen, de procedures binnen de Omgevingswet, de handhaving en uitvoering van de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook deze AMvB geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving.
• Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin zijn regels opgenomen met betrekking tot omgevingswaarden, instructieregels die decentrale overheden moeten volgen, beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen en regels voor het monitoren van de fysieke leefomgeving door bestuursorganen. Deze regels gelden voor het Rijk en decentrale overheden.
• Omgevingsregeling: deze ministeriële regeling bouwt voort op de 4 bovenstaande AMvB’s, maar richt zich vooral op de meer technische en administratieve kanten van deze regelgeving. Denk hierbij niet alleen aan regels over de grenzen van locaties in de Omgevingswet, maar ook aan de uitwerking van de Bal en Bbl; bijvoorbeeld regels over de duurzaamheid van bouwwerken en de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning. Deze regeling geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving.

Welke kerninstrumenten kent de Omgevingswet in de praktijk?

Er bestaan in totaal zes onderling samenhangende kerninstrumenten om overheden te helpen bij het beheren van de fysieke leefomgeving:
Omgevingsvisie: een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving in haar geheel, opgesteld door gemeenten, provincies en het Rijk.
Omgevingsprogramma: concrete beleidsvoornemens, voorwaarden en maatregelen om doelstellingen in de fysieke leefomgeving te bereiken. Deze doelen zijn daarnaast verder uitgewerkt in programma’s, zoals het fietsplan.
Decentrale regelgeving: alle bindende regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden bijeengebracht in één plan voor een bepaald gebied. Dit is ofwel het Omgevingsplan van gemeenten, de Waterschapsverordening van de waterschappen of de Omgevingsverordening van de provincie.
Algemene rijksregels: regels op nationaal niveau omtrent activiteiten in en bescherming van de fysieke leefomgeving. Deze hebben betrekking op meer algemene gebieden, zoals cultureel erfgoed of infrastructuur.
Omgevingsvergunning: de overheid toetst of bepaalde activiteiten, zoals initiatieven van bewoners of bedrijven, uitgevoerd mogen worden en onder welke voorwaarden dit geschiedt.
Projectbesluit: biedt één integraal besluitvormingstraject voor complexere projecten met een publiek belang, zoals de aanleg van een natuurgebied of snelweg. Het besluit is een instrument voor de waterschappen, provincies en het Rijk.

Meer weten over de Omgevingswet?

Bij House of Tenders helpen we bedrijven om hun grootste tenders binnen te halen. Heb je verdere hulp nodig bij het begrijpen of gebruiken van de Omgevingswet? Of heeft dit artikel je nieuwsgierig gemaakt naar de manieren waarop de Omgevingswet jou(w werk) beïnvloedt? Daar helpt ons enthousiaste team je natuurlijk graag bij. Neem hier vrijblijvend contact met ons op.

 

Nieuwsbrief

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen? Krijg maandelijks updates over onze projecten en ons team.